ondernemingen welke zijn opgesteld in overeenstemming met de oude RJ 271. Met de invoering van RJ 271 – 2009 wordt dit inzicht niet meer gegeven. De Raad voor de Jaarverslaggeving schrijft met RJ 271 -2009 de ‘verplichtingen aan de pensioenuitvoerder benadering’ voor. Centraal staan de

verplichtingen die de rechtspersoon heeft aan de pensioenuitvoerder. Concreet betekent dit dat er geen verplichting op de balans te zien zal zijn als aan alle verplichtingen aan de pensioenuitvoerder is voldaan.

Beursgenoteerde ondernemingen moeten verplicht IFRS volgen bij het inrichten van de geconsolideerde jaarrekening. Zij zullen op de balans, als de pensioenregeling kwalificeert als toegezegd pensioen, een post tonen welke uit de volgende vier componenten bestaat. Hoe deze balanspost is opgebouwd, is opgenomen in bijlage 3.

Ook als aan alle verplichtingen aan de pensioenuitvoerder is voldaan zal, afhankelijk van wat de berekening uitwijst, een actief- of passiefpost op de balans worden opgenomen. De benadering is compleet anders dan bij RJ 271 – 2009. De vergelijkbaarheid tussen jaarrekeningen van niet-beursgenoteerde ondernemingen in Nederland en niet-beursgenoteerde ondernemingen in de EU, ook die in Nederland, neemt af als het gaat om pensioenen in de jaarrekening. Verschillende regelgeving voor niet of wel beursgenoteerd en verschillen in regelgeving in de EU landen komt de vergelijkbaarheid van jaarverslagen niet ten goede. De volgende paragraaf gaat in op regelgeving uitgevaardigd door de IASB welke specifiek voor niet-beursgenoteerde ondernemingen is.

6.4 Internationale verslaggevingsregels en IFRS SME

Door de steeds verdergaande internationalisering, klinkt ook de roep om uniformiteit in verslaggeving steeds luider.94 De wet en regelgeving op het gebied van externe verslaggeving is constant in beweging, waarbij het einde nog niet in zicht is.95 Na de introductie van IFRS enkele jaren terug, is in juli dit jaar IFRS SME (Small and Medium-sized Entities) uitgebracht. Deze set standaarden kan worden opgevat als een ‘verlichte’ variant van de verplichte standaarden en is bedoeld voor ondernemingen zonder beursnotering.96

94

Langendijk, H.P.A.J., Swagerman, D.M., Verhoog, W., Dertig over Financiële Verslaggeving in internationaal

perspectief, Koninklijk NIVRA, 2002, deel 10, p13

95

Vergoossen, R.G.A., Jaarverslaggeving mkb, qou vadis?, in: Maandblad voor Accountancy en

Bedrijfseconomie, 2009, jg. 82, no. 10, oktober, p406

96 Ende, H.C., Deel 2: verschillen tussen IFRS SME en RJ. Een internationale standaard private ondernemingen, in: Accountancy Nieuws, AN nr. 10., 19 mei 2009

62

De IASB neemt de stelling in dat behoefte is aan wereldwijde standaardisatie van verslaggeving voor niet-beursgenoteerde ondernemingen. Dit is aanleiding geweest om IFRS SME te ontwikkelen. Of en in welke mate deze standaard in Nederland en in de rest van de EU toegepast zal worden, hangt af van diverse factoren. Bereidheid voor toepassing van SME door de wetgever en acceptatie door ondernemingen van deze standaard zijn daarbij de belangrijkste.

In februari 2007 is een Exposure Draft gepubliceerd, wat een eerste ontwerpstandaard betekent. Hierop zijn uit verschillende hoeken commentaren geuit. Behalve van accountantskantoren kwamen de reacties van vertegenwoordigende organisaties, zoals het Nivra, en vanuit ondernemingen zelf. De commentaren hadden onder andere betrekking op regelgeving van pensioenen in de nieuwe standaard. Zo zou de classificatie van pensioenen moeten worden versoepeld. Reden hiervoor is het vaker aanmerken van een pensioenregeling als toegezegd bijdrageregeling. In de Exposure Draft zijn de regels voor classificatie onveranderd ten opzichte van full IFRS.

In de definitieve IFRS SME standaard voor verwerking van pensioenen is de IAS 19 berekening het uitgangspunt. Wanneer de nodige informatie niet beschikbaar is, kan een alternatieve methode worden gekozen. Hierbij mag bijvoorbeeld worden afgezien van toekomstige salarisstijgingen en hoeft de berekening slechts één keer in de drie jaar gedaan te worden.97 Bij full IFRS wordt de Projected Unit Credit methode (PUC) voorgeschreven.

Als in Nederland in de toekomst IFRS SME zal worden voorgeschreven voor ondernemingen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, zullen er drie manieren zijn om de verslaggeving van pensioenen in te richten. Verplichte IFRS voor beursfondsen, lokale of fiscale regels voor de kleine of micro organisatie en IFRS SME voor de middengroep.98

Beursfondsen zullen de in IAS 19 opgenomen verslaggevingsregels voor pensioenen volgen, waarbij dus inzicht en transparantie wordt gegeven in de verplichtingen en het vermogen van het achterliggende pensioenfonds. De verdeling van het pensioenrisico over de verschillende belanghebbenden is hierbij niet inzichtelijk, maar het totale pensioenrisico wordt wel duidelijk gemaakt.99

97

Ende, H.C., Een internationale standaard voor private ondernemingen, in: Accountancy Nieuws, AN nr. 9., 11 mei 2009

98

Ende, H.C. van den, Owel. C.A., IFRS for Private Entities: een nieuwe verslaggevingsstandaard voor niet-beursfondsen, in: Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, 2008, jg. 82, no. 10, oktober, p415

99 Laning, A., Verslaggeving over pensioenen: IAS19/RJ271 beoordeeld, in: Maandblad voor Accountancy en

63

Ondernemingen welke IFRS SME dienen te volgen, hebben als uitgangspunt de IAS 19 berekening. Wel zijn er enkele verschillen met IAS 19 waar te nemen. Eerder in dit hoofdstuk zijn deze verschillen benoemd.

Voor de kleine of micro organisaties zou bij bovenstaand geschetst scenario RJ 271 – 2009 van toepassing zijn bij verwerking van pensioenen. In de jaarrekening staan de verplichtingen aan de pensioenuitvoerder centraal. Deze benadering houdt in dat er geen verplichting op de balans te hoeft worden opgenomen, als de rechtspersoon aan al zijn verplichtingen tegenover de pensioenuitvoerder heeft voldaan.100

Als de wetgever in Nederland er in de toekomst voor kiest IFRS SME verplicht te stellen voor ondernemingen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, is het mogelijk dat de verslaggeving zich ontwikkelt tot een three-tier model. Verplichte IFRS voor beursfondsen, lokale of fiscale regels voor de kleine of micro organisatie en IFRS SME voor de middengroep.101 Het is dan dus mogelijk dat Nederlandse ondernemingen op drieërlei wijze verslag kunnen geven van pensioenen in de jaarrekening. De wetgever zal de onherroepelijke stijging van administratieve kosten bij verplichte toepassing van IFRS SME overigens zwaar in haar besluit moeten laten meewegen. Omdat administratieve lastenverlichting hoog op de politieke agenda staat102 is het de vraag wat de wetgever laat prevaleren: administratieve lastenverlichting of het volgen van regelgeving door de IASB.

De constante beweging in wet en regelgeving op het gebied van externe verslaggeving moet leiden tot verschillen in en flexibilisering van de jaarverslaggeving. Het onderscheid in verslaggeving zal, naast omvang, moeten worden bepaald door de aard van onderneming. Flexibiliteit moet afhankelijk zijn van de context waarin de onderneming zich bevindt. Het aanwezig zijn van externe gebruikers van de jaarrekening zou tot andere verslaggevingseisen moeten leiden dan wanneer deze gebruikers ontbreken. Verder kan gedacht worden aan het wel of niet internationaal opereren van een onderneming als criterium voor het inrichten van de verslaggevingsregels.103

100

Hoeven, ter. R., Raad voor de Jaarverslaggeving zet pensioenverslaggeving met onmiddellijke ingang op zijn

kop in: Pensioen. Uitgave van Deloitte. Nummer 1, maart 2009, p5

101

Ende, H.C. van den, Owel. C.A., IFRS for Private Entities: een nieuwe verslaggevingsstandaard voor niet-beursfondsen, in: Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, 2008, jg. 82, no. 10, oktober, p415

102

Verhoek, H.W., Voorstellen Europese Commissie inzake vereenvoudiging jaarverslaggeving midden- en kleinbedrijf, in: Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, 2008, jg. 82, no. 10, oktober, p423

103 Vergoossen, R.G.A., Jaarverslaggeving mkb, qou vadis?, in: Maandblad voor Accountancy en

64

6.5 Conclusie

De RJ heeft met RJ 271 – 2009 de van IAS 19 afgeleide risicobenadering volledig losgelaten. Vergelijkbaarheid van jaarverslagen in internationaal perspectief wordt hierdoor bemoeilijkt, omdat ook FAS 87 (Amerikaans) en FRS 17 (Brits) verwerking van pensioenen in de jaarrekening op gelijke wijze insteken als IAS 19. In vergelijking met de richtlijnen die in dit hoofdstuk zijn behandeld, is de verwerking van pensioenen voorgeschreven in RJ 271 – 2009 uniek te noemen.

De vraag of RJ 271 – 2009 leidt tot betere verslaggeving, kan vanuit internationaal perspectief gezien ontkennend worden beantwoord. De internationale vergelijkbaarheid van jaarverslagen neemt af, omdat regelgeving vanuit de RJ fors verschilt van verslaggevingseisen uit andere landen (bijvoorbeeld IAS 19, FAS 87 en FRS 17).

65

I dokument Fem svenska medeltida cisterciensklosters interaktion med omvärlden : Ett studium av medeltida brev från 1100- och 1200-talen. (sidor 35-40)