3 Undersökning

3.2 Vad uppges i litteraturen?

Deze Richtlijn is van toepassing voor boekjaren beginnend vóór 1 januari 2005. De beschrijving van deze Richtlijn is ingedeeld naar de aard van de pensioenregeling: middelloon of eindloonregeling, beschikbare premieregeling en toelichting.

Middelloon of eindloonregeling

• De in het boekjaar verschuldigde pensioenpremie aan het pensioenfonds of verzekeraar wordt als pensioenlast in de winst- en verliesrekening opgenomen;

• Op de balans wordt een voorziening pensioenverplichtingen opgenomen als er sprake is van een achterstand of ‘voorsprong’ in de premiebetaling of als het toegezegde tijdsevenredige pensioen hoger is dan het gefinancierde pensioen. In dit laatste geval is sprake van een ‘backserviceverplichting’;

• (Op)nemen van een pensioenlast- en verplichting als het pensioenfonds een financieringstekort kent en de onderneming verplicht is dit tekort aan te vullen;

• Geen transparantie naar de verplichtingen en het vermogen van het achterliggende pensioenfonds.

Beschikbare premieregeling

• Verplichting tot het voldoen van de in de pensioenregeling vastgelegde beschikbare premie; • Opnemen van een pensioenlast in de winst- en verliesrekening welke gelijk is aan deze

beschikbare premie;

• In de meeste gevallen is er geen pensioenverplichting op de balans opgenomen, tenzij er een achterstand of voorsprong in de premiebetaling bestaat.

Toelichting

De gehanteerde grondslagen en methode (statisch of dynamisch) met betrekking tot de pensioenlasten en pensioenvoorziening moeten worden uiteengezet. Verder moet de aard van de pensioenregeling, de financiering en eventuele resultaten als gevolg van een wijziging van de pensioenregeling opgenomen worden. 104

104 Pensioengids 2007, druk 1, Vraagbaak voor pensioenen en andere toekomstvoorzieningen, ISBN 9013041264, p512-513

83

Bijlage 3: RJ 271 – 2005

Deze Richtlijn is van toepassing voor boekjaren beginnend op of na 1 januari 2005. De beschrijving van deze Richtlijn is ingedeeld naar de aard van de pensioenregeling: toegezegd bijdrage regeling, toegezegd pensioenregeling en toelichting

RJ 271.3 (jaar 2005) kent twee categorieën pensioenregelingen:

1. ‘Een toegezegde-bijdrage regeling (defined contribution plan) is een pensioenregeling waarbij door de rechtspersoon overeengekomen bijdragen worden betaald aan het fonds, en er geen verplichting voor de rechtspersoon bestaat tot het betalen van aanvullende bijdragen als er sprake is van een tekort bij het fonds. Het actuariële risico, inclusief het beleggingsrisico, ligt niet bij de rechtspersoon.’

2. ‘Toegezegd-pensioenregelingen (defined benefit plan) zijn alle andere regelingen dan toegezegde-bijdrage regelingen.’105

Toegezegd bijdrage regelingen

Waardering en resultaatbepaling

Bij een DC regeling is verwerking in de jaarrekening eenvoudig. Bij het berekenen van verplichtingen is enkel de verschuldigde premie van belang. De premie wordt als last opgenomen in de winst- en verliesrekening. In de balans worden de voor dat jaar nog verschuldigde premies aan het pensioenfonds of de verzekeraar opgenomen. Deze schuld is een nominale post, tenzij de schuld pas na een jaar na balansdatum hoeft te worden voldaan. Als dat zo is moet de contante waarde van de premieschuld op de balans worden opgenomen. Bij het contant maken geldt als disconteringsvoet de marktrente van hoogwaardige ondernemingsobligaties op balansdatum. In het geval er meer premie is betaald dan verschuldigd is volgens de regeling, dient de teveel betaalde premie in de balans te worden verantwoord als overlopend actief. Deze verwerkingswijze is slechts dan toegestaan, als het overschot in de toekomst met verschuldigde premies wordt verrekend.

105

Raad voor de Jaarverslaggeving, Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, jaareditie 2005, inclusief

aanpassingen voor verslagjaren die aanvangen op of na 1 januari 2005, Deventer: Kluwer, 2005, RJ 271.303 a en b p772

84 Toelichting

In de toelichting op de jaarrekening dient de rechtspersoon het bedrag te vermelden dat voor DC regelingen ten laste van het resultaat is gebracht.

Toegezegd pensioenregelingen

Verwerking DB regelingen

De verwerking van DB regelingen in de jaarrekening is complex. Dit komt doordat, in tegenstelling tot bij de DC regeling, de verplichtingen van de werkgever niet slechts bestaan uit het betalen van een vooraf overeengekomen vaste premie. Zowel de wettelijke verplichtingen als eventueel aanwezige constructieve verplichtingen moeten worden verantwoord.

Constructieve verplichtingen (constructive obligations) vloeien voort uit handelingen van de rechtspersoon. De rechtspersoon aanvaardt verantwoordelijk door bv. gedragslijnen, beleidsregels of uitspraken. Bij een constructieve verplichting wordt de verwachting gewekt dat de rechtspersoon de verplichting zal nakomen.

Waardering en resultaatbepaling

Voor de waardering en resultaatbepaling bij een DB pensioenregeling dienen volgens de RJ Bundel106 meerdere berekeningen per regeling te worden uitgevoerd:

1. Actuariële berekeningen om betrouwbaar de waarde van de aanspraken die aan werknemers voor het doorlopen dienstjaar en de verstreken dienstjaren zijn toegekend te schatten. Hierbij zijn veronderstellingen nodig voor de demografische grootheden en de financiële grootheden;

2. Berekenen van de CW van toegekende aanspraken en de voor het lopend verslagjaar in aanmerking te nemen wijzigingen daarvan;

3. Bepaling van de RW van de fondsbeleggingen;

4. Berekening van de actuariële resultaten en bepaling van het gedeelte daarvan welke moet worden toegekend aan het huidige jaar;

5. Indien een regeling is ingevoerd of gewijzigd; bepaling van de past service cost;

6. Indien een regeling is ingeperkt of beëindigd; bepaling van de daaruit voortvloeiende bate of last.

106 Raad voor de Jaarverslaggeving, Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, jaareditie 2005, inclusief

85

Verwerking van een DB regeling in de balans is in de volgende tabel opgenomen. De werkgever dient conform RJ 271.3 319 het saldo van de in de onderstaande tabel opgenomen posten in de balans op te nemen. Dit kan een voorziening of een actiefpost impliceren.

Berekening balanspost bij toegezegd pensioenregeling

Contante waarde van de toegezegde pensioenaanspraken (bruto pensioenverplichting) +

Nog niet verwerkte actuariële winsten +

Nog niet verwerkte actuariële verliezen -

Nog niet opgenomen pensioenkosten van verstreken dienstjaren -/-

Reële waarde van de fondsbeleggingen -/-

Voorziening pensioenverplichting of overlopend actief saldo

Verwerking van een DB regeling in de winst- en verliesrekening wordt in de volgende tabel weergegeven. De werkgever dient conform RJ 271.3 324 in de winst- en verliesrekening het saldo van de in onderstaande tabel getoonde posten als pensioenbate of –last mee te nemen.

Berekening van in de winst- en verliesrekening op te nemen pensioenbate of -last

Deel van de mutatie in de CW van de toegekende pensioenaanspraken voor zover die voortvloeien uit het dienstverband gedurende de verslagperiode

+

Toe te rekenen interest +

Verwachte opbrengst fondsbeleggingen -/-

Toe te rekenen actuariële resultaten +/-

Toe te rekenen lasten over verstreken diensttijd -/-

Toe te rekenen effect van evt. inperkingen of beëindiging van de regeling -/-

Toe te rekenen lasten m.b.t. de overgangsverplichting -/-

86 Toelichting

In de toelichting dient de rechtspersoon volgens RJ 271.3 351 de volgende aanvullende informatie op te nemen.

• Wijze van toerekening van actuariële resultaten;

• Beschrijving in hoofdlijnen van de inhoud van de regeling(en);

• Overzicht waaruit de opbouw blijkt van de in de balans opgenomen actief- en/of passiefposten;

• Opbrengsten uit fondsbeleggingen;

• Bepalingen inzake toegezegde voorwaardelijke indexaties;

• Of de genoemde indexaties al dan niet verwerkt zijn in de jaarrekening;

• Indien genoemde indexaties verwerkt zijn in de jaarrekening, de wijze waarop dit is gebeurd; • Belangrijkste actuariële grondslagen.

Samengevat zijn de meest opvallende kenmerken van de DB regeling uit RJ 271 na 2005:

• Transparantie naar de verplichtingen en het vermogen van het achterliggende pensioenfonds;

• Werkgever draagt volledige pensioenrisico;

• Op de balans wordt in één bedrag gesaldeerd weergegeven wat het bedrag van de pensioenverplichtingen, beleggingen en overlopende actuariële resultaten is. In de toelichting wordt dit bedrag gespecificeerd;

• In de winst- en verliesrekening worden gesaldeerd de actuariële resultaten van de pensioenopbouw, de oprenting van de verplichtingen, het verwachte rendement op beleggingen en de afschrijvingen van de overlopende actuariële resultaten weergegeven.

87

Bijlage 4: RJ 271 – 2008

De aanpassingen in de aangepaste Richtlijn zijn van toepassing voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2009. Eerdere toepassing wordt aanbevolen.

De uitkomsten van de enquête hebben onduidelijkheid over het verschil tussen toegezegd bijdrage en toegezegd pensioenregelingen naar voren gebracht. Verder gaven de respondenten aan aansluiting te missen tussen in Nederland veel voorkomende pensioenvormen en RJ 271.

Op basis hiervan zijn verduidelijking van onderscheid tussen DC en DB regelingen, van CDC regelingen, verzekerde regelingen, het begrip middelloonregeling en aanpassing van berekeningsmethodiek en vereenvoudiging van berekening van pensioenverplichtingen voor middelgrote ondernemingen de belangrijkste wijzigingsvoorstellen.

Dit heeft geresulteerd in de volgende belangrijkste aanpassingen ten opzichte van de vorige Richtlijn:

1. Als er voor de rechtspersoon beperkte actuariële risico’s bestaan, kan de pensioenregeling toch kwalificeren als toegezegd bijdrage regeling. De definitie van toegezegd bijdrage regeling is aangepast. Of er sprake is van een beperkt actuarieel risico, zal aan de beoordeling van individuele situaties moeten worden overgelaten.

2. Door de nieuwe Pensioenwet (1 januari 2007) is verduidelijking over de aansluiting tussen typologieën uit deze Pensioenwet en classificatie voor verslaggeving nodig. Hiervoor is een overzicht van de pensioenovereenkomsten uit de Pensioenwet met bijbehorende kenmerken en risico’s opgenomen. Ondanks het ontbreken van CDC regelingen als zodanig in de Pensioenwet, zijn deze regelingen nu wel afzonderlijk uitgewerkt in de Richtlijn. Het overzicht geeft inzicht in verwerking van een pensioenovereenkomst als toegezegd bijdrage regeling of als toegezegd pensioenregeling.

3. Actuariële risico’s; zowel positieve als negatieve risico’s dienen te worden betrokken bij de classificatie van pensioenregelingen.

4. De situatie dat een pensioenregeling door een verzekeringsmaatschappij wordt uitgevoerd is verder uitgewerkt in alinea 314 en verder. In beginsel wordt zo’n regeling aangemerkt als een toegezegde bijdrageregeling, tenzij de omstandigheden anders uitwijzen. Een beperkt actuarieel risico hoeft niet automatisch te leiden tot een classificatie als toegezegd pensioenregeling.

88

5. Nadere bepalingen over CDC-regelingen zijn opgenomen in een nieuwe alinea 308. De wijze waarop de overeengekomen premie wordt bepaald is in principe doorslaggevend voor de classificatie van dergelijke regelingen.

6. RJ 271 kende geen nadere bepalingen over middelloonregelingen. Een definitie daarvan is daarom nu toegevoegd. Voorts wordt daarbij nader ingegaan op de berekening van de toegekende pensioenaanspraken op grond van dergelijke regelingen. Uit de definitie vloeit voort dat hierbij geen rekening behoeft te worden gehouden met geschatte toekomstige salarisstijgingen.

7. Bij een toegezegd pensioenregeling werd de Richtlijn als complex ervaren vanwege de ingewikkelde actuariële berekeningen. Vereenvoudiging voor middelgrote ondernemingen heeft niet geleid tot het gewenste resultaat. De RJ staat nu toe dat er maar één keer in de drie jaar een pensioenberekening hoeft te worden gemaakt, tenzij het deelnemersbestand significante afwijkingen kent en/of er wijzigingen in de regelingen zijn doorgevoerd. Wijzigingen in bijvoorbeeld rentestanden leiden derhalve nu niet tot de verplichting een tussentijdse berekening te maken.

Ad. 1 RJ Uiting 2008-6 heeft als doel, voor wat betreft onduidelijkheid tussen toegezegd bijdrage regelingen en toegezegd pensioenregelingen, de bestaande definities te verduidelijken. De aanpassing moet aangeven dat beperkte actuariële risico’s niet per definitie leiden tot een toegezegd pensioen regeling.

Ad. 2 De Pensioenwet kent verschillende vormen pensioenovereenkomsten. De drie hoofdvormen zijn uitkerings-, kapitaal- en premieovereenkomsten. De eerste twee onderscheiden overeenkomsten zullen in principe veelal kwalificeren als toegezegd-pensioen regeling, de laatste twee (de Richtlijn noemt de CDC regeling als laatste soort pensioenovereenkomst; zij onderscheidt dus vier soorten) veelal als toegezegde-bijdrage regeling. De classificatie van een pensioenregeling moet niet alleen op basis van deze kwalificatie plaatsvinden. De inhoud van de pensioenovereenkomst, het pensioenreglement, de uitvoeringsovereenkomst en communicatie hierover met deelnemers zijn mede bepalend voor de verplichtingen van de rechtspersoon.107

Ad. 3 Onder risico’s dienen zowel positieve als negatieve risico’s te worden verstaan.

107

89

Ad. 4 Regelingen die zijn ondergebracht bij een levensverzekeringsmaatschappij moesten voorheen worden behandeld als toegezegd bijdrage regelingen, tenzij de rechtspersoon een actuarieel inclusief beleggingsrisico liep. Conform ad. 1 is in de aangepaste Richtlijn aangegeven dat beperkte actuariële risico’s niet direct een belemmering hoeven te zijn om de regeling te verwerken als toegezegd bijdrage.

Ad.5 De RJ heeft specifieke bepalingen opgenomen voor CDC regelingen, ondanks dat de regeling niet apart in de Pensioenwet is opgenomen. CDC regelingen kunnen niet altijd worden aangemerkt als toegezegd bijdrage regelingen. Er is in de Richtlijn een niet uitputtende opsomming gegeven voor situaties waarin CDC regelingen niet als toegezegd bijdrage regeling kwalificeren.108

Ad. 6 RJ 271 schrijft het gebruik van de PUC (Projected Unit Credit) methode voor bij het bepalen van de pensioenvoorziening. Hierbij moet rekening worden gehouden met toekomstige salarisontwikkelingen. Bij middelloonregelingen is het de vraag of deze methode dan praktisch goed toepasbaar is. RJ 271 heeft in dit kader middelloonregeling als eerste stap gedefinieerd. De definitie hiervan was noch in de Pensioenwet noch in de Richtlijn opgenomen. Voor middelloonregelingen, die als toegezegd pensioen kwalificeren, geldt dat toekomstige salarisstijgingen niet in de PUCM berekening meegenomen hoeven te worden.

Ad. 7 De eerdere vereenvoudiging voor middelgrote ondernemingen (eens in de vier jaar een exacte berekening uitvoeren), heeft niet het gewenste effect bereikt. Om tot de gewenste vereenvoudiging te komen, kunnen deze ondernemingen volstaan met een pensioenwaardering van eens in de drie jaar. Als de actuariële uitgangspunten wijzigen, hoeft er niet meer een nieuwe berekening plaats te vinden. Voorwaarden om deze vereenvoudiging toe te mogen passen zijn:

• Geen significante wijzigingen in het deelnemersbestand

• Geen bijzondere gebeurtenissen (wijziging pensioenregeling of reorganisatie)

• De rechtspersoon gebruikt de Corridor methode om actuariële resultaten te verwerken Bij de Corridor methode wordt eerst de hoogste van de reële waarde van de fondsbeleggingen en contante waarde van de pensioenverplichting bepaald. Van het hoogste bedrag wordt 10 % genomen. Als de actuariële resultaten (verschillen tussen verwachtingen over demografische en financiële veronderstellingen en werkelijke uitkomsten) hoger zijn dan het eerder bepaalde bedrag, mag het overschot worden geëgaliseerd over de resterende verwachte arbeidsduur van de actieve deelnemers aan de pensioenregeling.

108

90

Bijlage 5: RJ 271 – 2009

De Richtlijn is van toepassing op boekjaren beginnend op of na 1 januari 2010 waarbij eerdere toepassing aanbevolen wordt.

Belangrijkste bepalingen van de Richtlijn zijn:

1. De rechtspersoon dient de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de winst en verliesrekening te verantwoorden.

2. De rechtspersoon dient aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst te beoordelen of en zo ja welke verplichtingen naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder

verschuldigde premie per balansdatum bestaan.

3. Naast verplichtingen aan de pensioenuitvoerder kan sprake zijn van verplichtingen aan de werknemer. Deze verplichtingen kunnen voortkomen uit ondermeer een geheel of

gedeeltelijk niet afgefinancierde toezegging. Voor zover toekomstige salarisverhogingen per balansdatum reeds zijn toegezegd dient bij eindloonregelingen een voorziening voor het backservice element te worden opgenomen voor de uit deze toegezegde salarisverhogingen voortvloeiende aanpassing van de opgebouwde aanspraken.

4. Het bedrag dat als pensioenvoorziening wordt opgenomen, dient de beste schatting te zijn van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen per balansdatum af te wikkelen.

5. Voor pensioenregelingen voor directeuren-grootaandeelhouders die in eigen beheer worden gehouden, dient een verplichting te worden opgenomen voor de per balansdatum

opgebouwde onvoorwaardelijke pensioenaanspraken. Het is toegestaan deze verplichting volgens de fiscale grondslagen te waarderen.

6. Indien een buitenlandse pensioenregeling niet vergelijkbaar is met de wijze waarop het Nederlandse pensioenstelsel is ingericht en functioneert, dient een beste schatting te worden

gemaakt van de per balansdatum bestaande verplichting. Een dergelijke verplichting dient te zijn gewaardeerd op basis van een in Nederland algemeen aanvaardbare actuariële

waarderingsgrondslag.109

109

91

In RJ 271.302 is te lezen dat de Nederlandse regelingen primair volgens een ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering’ in de jaarrekening van rechtspersonen verwerkt moeten worden. Dit vanwege een strikte scheiding tussen de verantwoordelijkheden van de rechtspersoon, de pensioenuitvoerder en de deelnemers. De risicodeling tussen betrokkenen op grond van de Nederlandse Pensioenwet draagt ook bij aan de gekozen benadering. De verplichting uit een door de rechtspersoon gedane pensioentoezegging is gebaseerd op de financieringsafspraken tussen de rechtspersoon en pensioenuitvoerder. Deze afspraken zijn vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst tussen beide.

De ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering’ houdt in dat de rechtspersoon een verplichting op de balans moet opnemen als hij nog niet aan alle verplichtingen tegenover de pensioenuitvoerder heeft voldaan. Daartegenover staat het kunnen weglaten van een pensioenverplichting op de balans als aan alle verplichtingen zijn voldaan.

Naast verplichtingen aan de pensioenuitvoerder, noemt RJ 271.314 de ‘verplichtingen aan de werknemer’. Deze verplichtingen aan de werknemer kunnen voortkomen uit de pensioenovereenkomst en/of uit feitelijke gedragingen van de rechtspersoon. Zulke verplichtingen kunnen toegezegde salarisstijgingen of op balansdatum nog niet afgefinancierde indexaties zijn. De rechtspersoon neemt voor deze additionele verplichtingen een pensioenvoorziening op.

RJ bepaling 271.314 is van toepassing bij:

• Dga’s waarbij het pensioen in eigen beheer wordt gehouden. De rechtspersoon neemt dan een verplichting op voor zover op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenaanspraken zijn opgebouwd. De verplichting wordt opgenomen volgens in Nederland aanvaardbare actuariële waarderingsgrondslagen. Waardering op basis van fiscale grondslagen is toegestaan;

• Een buitenlandse pensioenregeling die niet vergelijkbaar is met de inrichting en functionering van het Nederlandse pensioenstelsel. De rechtspersoon neemt dan een beste schatting op van de op balansdatum bestaande verplichting. De verplichting moet gewaardeerd worden op een in Nederland algemeen aanvaardbare actuariële waarderingsgrondslag.

92 Pensioenvordering

Op de balans moet een pensioenvordering worden opgenomen (RJ 271.308) wanneer: a. De rechtspersoon beschikkingsmacht heeft over een pensioenoverschot; b. het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die de

pensioenvordering in zich bergt, zullen toekomen aan de rechtspersoon; en c. de pensioenvordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

RJ 271.312 voegt aan het opnemen van een vordering op de balans als voorwaarde toe, dat het formele besluit tot het verstrekken van toekomstige restituties door het bestuur van de pensioenuitvoerder genomen moet zijn.

De in Nederland werkzame rechtspersoon moet de pensioentoezeggingen volgens de Pensioenwet onderbrengen bij een pensioenuitvoerder. Als pensioenuitvoerder kwalificeren:

• Een ondernemingspensioenfonds; • Een bedrijfstakpensioenfonds; of • Een levensverzekeringsmaatschappij

Bedrijfstakpensioenfondsen

Als de pensioenregeling is ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds, verandert er voor de verwerking in de jaarrekening niets ten opzichte van de oude situatie. Deze pensioenregelingen vielen onder de oude Richtlijn onder een vrijstelling waardoor betaalde pensioenpremie als last in het resultaat terecht kwam. De nieuwe Richtlijn schrijft ook deze verwerkingswijze voor (pensioenpremie als last nemen). Additionele verplichtingen komen niet of maar erg zelden voor, zodat pensioenverplichtingen in vergelijking met ondernemingspensioenfondsregelingen minder snel op de balans zullen worden opgenomen. De toelichtingsvereisten voor een BPF-regeling zijn uitgebreid ten opzichte van de oude Richtlijn.

Ondernemingspensioenfondsen

Ondernemingen kunnen pensioenregelingen onderbrengen bij een ondernemingspensioenfonds. Bij de verwerking in de jaarrekening moeten zij dan per balansdatum vaststellen of er verplichtingen aan de pensioenuitvoerder bestaan, naast de verplichting tot het voldoen van de verschuldigde pensioenpremie. Een dekkingstekort bij de pensioenuitvoerder kan leiden tot een aanvullende verplichting.

93

Hiervoor dient een voorziening te worden opgenomen als aan de volgende voorwaarden is voldaan: • De verplichtingen die per balansdatum bestaan komen voort uit de uitvoeringsovereenkomst

tussen de rechtspersoon en pensioenuitvoerder;

• Op balansdatum is sprake van een dekkingstekort bij het ondernemingspensioenfonds; • De inhoud van het herstelplan is vóór opmaakdatum van de jaarrekening van de

onderneming bekend; en

• Het herstelplan leidt tot een verplichting voor de rechtspersoon.

Bij de eerder genoemde bepalingen van de Richtlijn is onder punt vier opgenomen aan welke eisen het bedrag van de op te nemen pensioenvoorziening moet voldoen.

Pensioenverzekeraar

De verzekeringsovereenkomst tussen de onderneming en de levensverzekeraar geldt als uitvoeringsovereenkomst. Op basis van deze verzekeringsovereenkomst moet worden bepaald of er naast de premie nog aanvullende verplichtingen van de onderneming bestaan. Als dergelijke verplichtingen aanwezig zijn, neemt de onderneming per balansdatum een voorziening of vordering op.

94

95

I dokument Fem svenska medeltida cisterciensklosters interaktion med omvärlden : Ett studium av medeltida brev från 1100- och 1200-talen. (sidor 50-53)